relatieve-oprichting-dressuur

Relatieve- en Absolute oprichting, wat is het verschil?

De positionering van het hoofd en de hals heeft aanzienlijke invloed op de rug van het paard. Bij de dagelijkse training van onze (sport) paarden zien we feitelijk drie verschillende versies van de hoofd-halshouding:

  1. De natuurlijke hoofd-halshouding, die het resultaat is van de interactie van leeftijd, ras, discipline en opleidingsniveau van het paard. De klassieke rijkunst kent hiervoor het begrip ‘relatieve oprichting’ met gedragen rug.
  2. De te hoog ingestelde hoofd-halshouding, die in de klassieke rijkunst als ‘absolute oprichting’ bekendstaat en die meestal samengaat met een holle rug.
  3. De te diep ingestelde hoofd-halshouding, die bekendstaat als ‘Rollkür of hyperflexie’. Deze houding wordt gekenmerkt door een overstrekte rug.

relatieve_oprichting_g9rdic

De afbeelding laat een paard in relatieve oprichting zien met een vrij bewegende rug die de croupe laat zakken en in staat is ver onder het zwaartepunt onder te treden.

  • Relatieve oprichting met gedragen rug

Deze hoofd-halshouding maakt het mogelijk dat de spieren vrij en ontspannen hun werk doen en dat ze vooral in het eerste halfjaar van de training in overeenstemming hiermee sterker worden en zich ontwikkelen. Deze dynamische hoofd-halshouding, die is aangepast aan de gang, de leeftijd en de belastingsduur per trainingsessie, geeft het paard de mogelijkheid bij juiste inwerking van de ruiter  de rug los te laten en deze vrij en ontspannen te dragen. Deze toestand van losgelatenheid is duidelijk te herkennen aan de taktzuiverheid van de natuurlijke basisgangen. Met de term ‘gedragen rug’ wordt de ontspannen werkende rug bedoeld, niet een rug die slap is en geen aanspanning vertoont. Relatieve oprichting ontstaat dus door het paard te verzamelen en is dus niet altijd gelijk.

 

absolute oprichting

De afbeelding laat een paard zien met een ‘valse knik’, kort ingestelde hals, holle rug en achter het lichaam geplaatst achterbeen.

  • Absolute oprichting met holle rug

Bij absolute oprichting is de hoofd- hals-as door middel van actieve inwerking van de ruiterhand hoger en korter ingesteld dan het opleidingsniveau en de spierontwikkeling van het paard toelaten. Een paard wat langdurig in absolute oprichting loopt, is niet in staat zijn ruiter te dragen met een correct gespannen (positief), losgelaten werkende rugspier. De duidelijkste signalen van deze slijtage veroorzakende trainingsmethode zijn onwilligheid bij de training, spanning, verzet en voor een deel ernstig verstoorde basisgangen. Ook laat deze manier van trainen de ruiter niet goed doorzitten.

Paarden die op deze manier worden gereden verliezen de verbinding in de rug en hebben een ‘uitsloverige’ draf met achterblijvende achterhand en een viertaktgalop.

Dit vormt vooral een groot risico voor jonge talentvolle dressuurpaarden, die hun prachtige hals uit zichzelf buigen en al op de leeftijd van drie jaar een onervaren ruiter het gevoel geven op een dressuurpaard te zitten. Als deze hoofd- halshouding wordt geaccepteerd en niet wordt omgevormd tot een reële uitgestrekte houding, dan leidt dit vroeg of laat tot verzet, aanleuningsproblemen, onjuiste bespiering en vaak tot bewegingsproblemen, tot aan kreupelheid toe.

De genoemde aanleuningsproblemen en verzet leiden dan op hun beurt tot het inzetten van verschillende hulpteugels, die het oorspronkelijke probleem niet oplossen maar zelfs versterken.

Onjuist begrepen trainingsmethoden waarbij met veel hand wordt gereden behoren tot de meest voorkomende opleidingsfouten bij dressuurpaarden.

 

overstrekte rug

De afbeelding laat een paard zien met overstrekte rug en een extreem diepe hoofd- halshouding met een valse knik, sterk omhooggeheven ruglijn en rechte croupe (achter het lichaam geplaatst achterbeen).

  • Rollkür met overstrekte rug

De reden waarom ruiters de hoofd- hals-as extreem diep en rond instellen is om het paard ertoe te bewegen de rug omhoog te brengen en deze te laten ‘swingen’. Langdurige toepassing van deze positie leidt via de spanning op het spier- en ligamentensysteem van de bovenhals tot een overeenkomstige spanning van de rugband (supraspinale ligament). Dit zorgt weliswaar voor het omhoogbrengen van de rug, maar deze is dan overstrekt.

Hierdoor laat een paard een rechte bovenlijn van de rug zien met een achterhand die achterblijft en waar geen extra buiging van de achterbeengewrichten in verzamelde gangen of uitgestrekte beweging zichtbaar is. Beweging is niet hetzelfde als beweeglijkheid!

  • De losse teugel

Paarden die zo zijn getraind dat ze zonder contact gaan, dus los van het bit, hebben veel minder fysiologische problemen. Hoewel deze paarden niet verkrampt zijn, verliezen ze in de natuurlijke basisgangen vaak hun takt en ontwikkelen ze geen schwung.

Om een volledig beeld te krijgen van wat de juiste oprichting precies is, is het belangrijk om meer te weten over de boven- en onderlijn van het paard. In de volgende blog zullen wij hier meer over vertellen 🙂 

Bron: Boek Dressuur onder vuur, G.Heuschmann.
Bron: Afbeelding Leandra Theunissen van Equi-Vita

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *